In haar armen is hij geborgen. Zij ziet doorheen zijn facade. De maskers vallen af. Hun liefde doet hem hunkeren naar diepere lagen. In haar aanwezigheid is hij die ene stap dichter bij God. Een idee dat hij vroeger in twijfel trok maar dat hij nu steeds meer leert begrijpen. Alles wat in haar zit is ook aanwezig in hem. Zij legt hem bloot. Ontmantelt zijn vesting. Als een huis zakt het in elkaar en eindelijk... eindelijk kan hij ademen.
De Goddelijke Mannelijke verlangt naar het gezien zijn in wat hij AL is. Niet wat hij kan zijn. Zij doet beide en doet het met zoveel glorie. Hij kan spelen als een kleine jongen en dienen als de meester die hij voor haar is. Hij durft terug te dromen. En plots kijkt hij in de spiegel en ziet hij wat ZIJ al die tijd al zag.
Hij heeft nu de keuze. Hij kan rennen of blijven. Vechten of ondergaan. Maar één ding is zeker. Nooit nog zal hij zo verblind worden door licht. Haar aanblik staat op zijn netvlies gebrand. Haar hemelse geur blijft eeuwen zinderen. En het Universum zal hem telkens terugbrengen naar zij die voor hem gemaakt is.
‘’Whatever our souls are made of. His and mine are the Same.’’
Wanneer de 'Divine Masculine' zijn 'Divine Feminine' ontmoet...