Hij is het.

Hij is het.

Het is een dikke 10 jaar geleden, ik was net aan de slag gegaan bij een nieuwe werkgever, toen ik daar een kerel passeerde. We keken elkaar recht in de ogen, blauw en diep. ‘Hij is het’ kwam dwars door mij. Ik heb dat gevoel wel vaker gehad bij iemand. En ook effectief elke keer als ik dat gevoel had, is die persoon ook echt in mijn liefdesleven gekomen om hierin een rol te spelen. Ik wist niet veel van hem, af en toe hadden we eens een vergadering samen. Hij interesseerde mij, ik werd op één of andere manier naar hem toe getrokken. Enkele maanden later was er een feestje waar we samen aan de toog belandden. Hoewel ik wel vaker last heb met sociale contacten, kwam de praatstroom vanzelf op gang. Het was alsof ik hem al jaren kende. We bleven tot de vroege uurtjes, op één of andere manier wilde ik niet weg van hem, ik wilde zo dicht mogelijk in zijn buurt blijven. Hij leek hetzelfde gevoel te hebben. In andere gevallen had ik gelijk mijn kans gewaagd, maar dat deed ik niet. Iets in mij hield mij tegen. We reden beiden naar huis en hoewel ik graag contact met hem wilde houden, deed ik zelf de eerste stap niet. Als hij mij echt beter wilde leren kennen, zou hij zelf wel verder toenadering zoeken. Enige tijd later veranderde hij van werk.

Hij verdween volledig uit mijn leven voor verschillende jaren. Mijn eigen leven ging door, met de gebruikelijke ups en nog meer downs. Op zoek naar echte liefde, een ultieme droom, waar ik af en toe het geloof in verloor. Was het wel echt mogelijk? Als ik rond mij keek, heb ik nooit echt begrepen wat ik zag. Waarom zijn zoveel mensen samen met elkaar? Waarom kiezen ze voor elkaar terwijl het er afdruipt dat weinig daarvan echte liefde is. Maar als je één van de weinige mensen bent die er zo over lijkt te denken, vraag je je soms stilletjes af of je het zelf wel bij het rechte eind hebt. En toch bleef er diep in mij een lichtje branden. Mijn laatste relatie was met een ontzettend lieve man, hij deed alles voor mij, hij was volwassen, vond mij geweldig, we hadden dezelfde interesses, we hadden het leuk samen … De buitenwereld zag ons als de perfecte match, maar vanaf het begin miste er iets voor mij. Alles was altijd goed, er was geen groei, er was geen passie, ik miste dat diepe intieme gevoel van echte liefde. Hoewel er niets aan te merken was aan die man, wist ik dat hij het niet was. Ik probeerde aan mezelf te werken, met hem te praten, maar het gevoel bleef. Ik besefte dat als er terug een ‘hij is het’ -man op mijn pad zou komen, ik hem zou laten vallen. Dat ik misschien zelfs vreemd zou gaan, hoe erg ik dat ook vond, hoe diep ik mij daar op één of andere manier ook voor schaamde. Het was de waarheid. De man die dan in mij opkwam, was die man van mijn werk. Later kwam ik nooit nog iemand tegen die mij dat gevoel bezorgde. Maar hem zou ik nooit meer tegenkomen..

7 jaar na onze eerste ontmoeting kreeg ik een mailtje binnen op het werk, tussen de lijnen door las ik dat hij terug aangenomen was. Een hartaanval was dichtbij. Heel mijn lichaam vatte vuur. Hoe is het mogelijk?! Intussen had ik zelf intern voor een andere job gesolliciteerd, die ik niet kreeg. Wel hadden ze mij, zonder het mij te vragen, op een andere job gezet. Een job die ik niet wilde doen, op dat moment te veel, niet mijn omgeving. Maar wel een kans om samen te werken met ‘Hij is het’. Ik deed de vervanging met alle gevolgen vandien. Ontelbare berichten, geheime afspraakjes, een liefde die we niet konden vatten, laat staat dragen, relaties die abrupt beëindigd werden, het verliezen van mezelf tot het moment dat ik besefte dat het niet meer kon. Ik was volledig uitgeput, het nam mijn leven over, wat uiteindelijk uitmondde in een burn-out. Een andere droom waar ik 15 jaar aan gewerkt had, dreigde in het water te vallen. Het besef dat het echt moest stoppen, drong tot mij door. Het was te vroeg, er waren nog zoveel dingen waar ik door moest, die ik aan moest kijken, vooraleer ik echte liefde kon dragen.

De eerste moment nadat we elkaar voor het laatst gezien hadden, was een opluchting. Er viel heel wat van mij af. Ik zette een film op en ik weende heel de film door, de tranen bleven stromen. Meer tranen dan ik de voorbije 36 jaar ooit gelaten had. Ik focuste mij terug op mijn doel en ging daar volledig voor. De weinige energie die ik nog in mij had, sprokkelde ik zorgvuldig samen en stak ik daarin. Ik wist precies wat er nodig was om dit nog te bereiken en het werd een groot succes, een mijlpaal in mijn leven. Hoe innig ik er ook van genoot, het was onvermijdelijk dat ik daarna in een diep zwart gat viel. Verdriet werd kwaadheid, kwaadheid werd razernij, razernij werd een wens om hier niet meer te zijn. Ik probeerde het allemaal in te perken, het mooie van het leven te zien, maar het moest eruit en ik wist niet hoe. Wie was ik en waar was ik in godsnaam mee bezig? Op alle mogelijke manieren probeerde ik hem te vergeten, me erover te zetten, toch nog eens contact te maken op een andere manier, nog harder aan mezelf te sleutelen, oplossingen te zoeken op een heleboel vragen… Het kostte mij alleen ontzettend veel energie en mijn verdriet werd telkens vermenigvuldigd. Van hem kreeg ik geen antwoorden. Op een bepaald moment kwam er iets binnen bij mij: ‘Als ik hem niet graag kan zien, kan ik mijzelf niet graag zien.’ Vanaf toen zijn er stilletjes aan dingen beginnen verschuiven, veel dingen in mij die loskwamen, ontelbare tranen die ik heb laten vloeien. De ups en downs werden stukje bij beetje minder extreem, ik leerde mezelf te accepteren, naar mijn lichaam en mijn hart te luisteren. Ik leerde mezelf echt kennen en sta er bijna dagelijks van versteld hoeveel mooie inzichten ik binnenkrijg, hoe mijn creativiteit terug begint te stromen, mijn liefde.

Hoewel ik mijn tweelingziel intussen 1,5 jaar niet meer gezien heb, is hij tijdens deze periode nooit ver weg geweest en de liefde is gaandeweg alleen maar gegroeid. Van onbegrip, naar stille acceptatie dat het echte onvoorwaardelijke liefde is. Van twijfels naar een diepgeworteld weten. Van af en toe een droom, naar visualisaties van een liefdesdans. De laatste weken voelt hij heel dichtbij, vaak zit hij naast mij of wandelt hij mee met mij. Beschermend, zorgend, glimlachend. Afgelopen weekend hoorde ik voor het eerst zijn stem terug. De reis is zo magisch, bijna ongelofelijk. Ik sta er zo van versteld en ik kan er enorm van genieten. Hoewel ik enorm graag bij hem wil zijn, maakt het mij op dit moment niet meer veel uit wanneer of hoe. We hebben al langere tijd totaal geen contact meer en dat voelt helemaal oké voor mij. Op één of andere manier heb ik er rust in gevonden. Ondertussen bouw ik verder aan mijn eigen pad, benieuwd hoe het zal lopen. Trouw aan mezelf en daarmee aan mijn tweelingziel. 

- Anoniem